Dutch · word
afspraak
appointment
/ˈɑf.spraːk/noun
Meanings
- noun · A1
Een geplande ontmoeting met iemand op een bepaalde tijd en plaats.
Ik heb om twee uur een afspraak bij de tandarts.
- noun · A2
Een besluit of regel die je samen met iemand hebt gemaakt.
We hebben de afspraak dat iedereen zijn eigen kamer opruimt.
Appears in 3 scenarios
From the same conversation
Start speaking today
Free, no card needed. On the web or in the app.


