LexemicaDutch course

Dutch · word

goed

good

/ɣut/adverb

Meanings

  • adjective · A1

    Van hoge kwaliteit, prettig of aangenaam.

    Het eten in dit restaurant is erg goed.

  • adverb · A1

    Op een fijne of gezonde manier; naar wens.

    Het gaat heel goed met mijn familie.

  • adjective · A1

    Zonder fouten; juist of waar.

    Dat antwoord is helemaal goed.

Appears in 19 scenarios

Start speaking today

Free, no card needed. On the web or in the app.

Get the app