LexemicaDutch course

Dutch · word

oud

old

/ɑu̯t/adjective

Meanings

  • adjective · A1

    Al lange tijd levend, of met een bepaalde leeftijd.

    Mijn oma is al tachtig jaar oud.

  • adjective · A1

    Al lange tijd gemaakt of bestaand; niet nieuw.

    Dit kasteel is heel erg oud.

  • adjective · A2

    Niet meer vers, vooral van eten zoals brood.

    Dit brood is al een paar dagen oud en een beetje droog.

Appears in 1 scenario

Start speaking today

Free, no card needed. On the web or in the app.

Get the app