Dutch · word
park
park
/pɑrk/noun
Meanings
- noun · A1
Een openbaar groengebied met gras en bomen waar mensen kunnen wandelen en ontspannen.
We wandelen op een zonnige middag graag in het park.
- noun · B1
Een afgesloten terrein dat is ingericht voor een speciaal doel, zoals recreatie of attracties.
Het park is tijdens de feestdagen geopend voor bezoekers.
Appears in 1 scenario
From the same conversation
Start speaking today
Free, no card needed. On the web or in the app.
