Dutch · word
verblijf
stay
/vərˈblɛi̯f/noun
Meanings
- noun · A2
De tijd die je op een bepaalde plek doorbrengt.
We wensen u een heel prettig verblijf in ons hotel.
- noun · B1
Een plaats waar mensen of dieren wonen of gehouden worden.
De apen in de dierentuin kregen een ruim verblijf.
- verb · B1
Ergens voor bepaalde tijd zijn of wonen.
Ik verblijf deze week in een rustig dorpje.
Appears in 1 scenario
From the same conversation
Start speaking today
Free, no card needed. On the web or in the app.
