LexemicaDutch course

Dutch · word

weekend

weekend

/ˈʋik.ɛnt/noun

Meanings

  • noun · A1

    De dagen aan het einde van de week, zaterdag en zondag, waarop de meeste mensen niet werken.

    Wat ga je dit weekend doen?

Appears in 3 scenarios

Start speaking today

Free, no card needed. On the web or in the app.

Get the app