LexemicaDutch course

Dutch · word

baan

job

/baːn/noun

Meanings

  • noun · A2

    Werk dat iemand regelmatig doet om geld te verdienen.

    Zij zoekt een nieuwe baan in Amsterdam.

  • noun · B1

    Een gemarkeerd stuk weg of een speciaal terrein voor sport.

    Blijf zoveel mogelijk op de rechterbaan rijden.

  • noun · B2

    De route die een hemellichaam of projectiel door de ruimte aflegt.

    De satelliet beweegt in een vaste baan om de aarde.

Appears in 2 scenarios

Start speaking today

Free, no card needed. On the web or in the app.

Get the app