LexemicaDutch course

Dutch · word

bon

receipt

/bɔn/noun

Meanings

  • noun · A1

    Een stuk papier waarop staat wat je gekocht en betaald hebt.

    Vergeet niet om de bon te vragen bij de kassa.

  • noun · B1

    Een officiële boete van de politie, bijvoorbeeld voor een verkeersovertreding.

    Hij kreeg een bon voor te hard rijden.

  • noun · B1

    Een waardepapier of kaartje waarmee je korting krijgt of iets kunt betalen.

    Ik heb een bon van twintig euro voor mijn verjaardag gekregen.

Appears in 3 scenarios

Start speaking today

Free, no card needed. On the web or in the app.

Get the app