LexemicaDutch course

Dutch · word

daar

over there

/daːr/adverb

Meanings

  • adverb · A1

    Op die plaats, niet dicht bij degene die praat.

    Kijk, de supermarkt is daar aan de overkant.

  • adverb · A2

    Gebruikt om naar een ding, feit of situatie te verwijzen, vaak samen met een voorzetsel.

    Ik heb een nieuwe fiets gekocht en ik ben daar heel blij mee.

  • conjunction · B2

    Omdat; geeft de reden of oorzaak aan.

    Wij bleven thuis, daar het de hele dag hevig regende.

Appears in 12 scenarios

Start speaking today

Free, no card needed. On the web or in the app.

Get the app