LexemicaDutch course

Dutch · word

komen

come

/ˈkoː.mən/verb

Meanings

  • verb · A1

    Zich naar de spreker of naar een bepaalde plek toe bewegen.

    Zij komen morgen bij ons op bezoek.

  • verb · A1

    Ergens vandaan stammen of geboren zijn.

    Veel van mijn collega's komen uit het buitenland.

  • verb · A2

    Het gevolg zijn van een bepaalde oorzaak.

    De meeste fouten komen door vermoeidheid.

Appears in 1 scenario

Start speaking today

Free, no card needed. On the web or in the app.

Get the app