LexemicaDutch course

Dutch · word

passen

try on

/ˈpɑ.sə(n)/verb

Meanings

  • verb · A1

    De juiste maat of vorm hebben.

    Deze schoenen passen mij heel goed.

  • verb · A2

    Kleding aantrekken om te zien of het goed zit en leuk staat.

    Mag ik dit jasje even passen?

  • verb · A2

    Tijdelijk zorgen voor iemand of iets, zoals een kind of huisdier.

    Zij willen vanavond graag op onze hond passen.

Appears in 2 scenarios

Start speaking today

Free, no card needed. On the web or in the app.

Get the app