LexemicaDutch course

Dutch · word

prik

carbonation

/prɪk/noun

Meanings

  • noun · A1

    Koolzuur of belletjes in een drankje.

    Ik drink het liefst mineraalwater met prik.

  • noun · A2

    Een steek met een naald bij de dokter, vaak voor een vaccinatie.

    Het kind huilde een beetje na de prik.

  • verb · A2

    Met een scherp voorwerp ergens in steken.

    Ik prik met een vork in de aardappel.

Appears in 1 scenario

Start speaking today

Free, no card needed. On the web or in the app.

Get the app