Dutch · word
water
water
/ˈʋaː.tər/noun
Meanings
- noun · A1
De heldere vloeistof zonder kleur of smaak die we drinken.
Ik drink elke dag twee liter water.
- noun · A2
Een rivier, meer, gracht of zee.
We hebben een mooi huisje aan het water gehuurd.
Appears in 2 scenarios
From the same conversation
Start speaking today
Free, no card needed. On the web or in the app.

