LexemicaDutch course

Dutch · word

staat

is

/staːt/verb

Meanings

  • verb · A1

    Op een bepaalde plek te vinden of geschreven zijn.

    Het adres staat duidelijk onderaan de brief.

  • verb · A2

    In een bepaalde stand of op een bepaald niveau ingesteld zijn.

    De verwarming staat in de winter altijd op twintig graden.

  • verb · A1

    Rechtop op je voeten zijn en niet zitten of liggen.

    Mijn opa staat liever niet te lang in de rij.

Appears in 3 scenarios

Start speaking today

Free, no card needed. On the web or in the app.

Get the app