LexemicaDutch course

Dutch · word

station

station

/staːˈʃɔn/noun

Meanings

  • noun · A1

    Een plek waar treinen stoppen zodat reizigers kunnen in- en uitstappen.

    De trein vertrekt vanaf het centraal station.

  • noun · B2

    Een gebouw of installatie voor een specifiek doel of wetenschappelijk onderzoek.

    De wetenschappers verbleven maandenlang in een afgelegen station op Antarctica.

Appears in 2 scenarios

Start speaking today

Free, no card needed. On the web or in the app.

Get the app