Dutch · word
terug
back
/təˈrʏx/adverb
Meanings
- adverb · A1
Naar de plek waar je eerder was of naar een eerdere toestand.
We gaan morgen weer terug naar Amsterdam.
- adverb · A2
Als antwoord of reactie, of om iets aan de eigenaar te geven.
Hij gaf het geleende boek netjes terug.
- adverb · B1
In het verleden, gerekend vanaf nu.
Twee jaar terug woonde ik nog in Utrecht.
Appears in 1 scenario
From the same conversation
Start speaking today
Free, no card needed. On the web or in the app.
