LexemicaDutch course

Dutch · word

van

from

/vɑn/preposition

Meanings

  • preposition · A1

    Geeft aan van wie iets is of waar iets bij hoort.

    Dit is de fiets van mijn zus.

  • preposition · A1

    Geeft aan waar iemand of iets vandaan komt of begint.

    Zij reist met de trein van Utrecht naar Amsterdam.

  • preposition · A1

    Wordt gebruikt na vaste werkwoorden zoals 'houden' of 'genieten'.

    Wij houden veel van koken.

Appears in 12 scenarios

Start speaking today

Free, no card needed. On the web or in the app.

Get the app