LexemicaDutch course

Dutch · word

werk

work

/ʋɛrk/noun

Meanings

  • noun · A1

    De baan die je hebt of de taken die je doet om geld te verdienen.

    Ik zoek nieuw werk in de stad.

  • verb · A1

    Lichamelijke of geestelijke activiteit doen om iets te bereiken of te verdienen.

    Ik werk van maandag tot en met vrijdag op een kantoor.

  • noun · B1

    Iets wat gemaakt is door een kunstenaar, schrijver of componist.

    Dit schilderij is een vroeg werk van Van Gogh.

Appears in 1 scenario

Start speaking today

Free, no card needed. On the web or in the app.

Get the app