LexemicaDutch course

Dutch · word

zitten

sit

/ˈzɪtə(n)/verb

Meanings

  • verb · A1

    Op een stoel, bank of de grond rusten met het lichaam rechtop.

    We kunnen aan deze tafel zitten.

  • verb · A2

    Zich ergens binnenin of op een bepaalde plek bevinden.

    Wat zit er in die doos?

  • verb · A2

    Op een bepaalde manier passen of aanvoelen als kledingstuk.

    Deze schoenen zitten erg lekker.

Appears in 7 scenarios

Start speaking today

Free, no card needed. On the web or in the app.

Get the app