LexemicaDutch course

Dutch · word

donker

dark

/ˈdɔŋ.kər/adjective

Meanings

  • adjective · A1

    Met een diepe kleur, dicht bij zwart.

    Zij draagt vandaag een donkerblauwe trui en een donker hemd.

  • adjective · A1

    Met weinig of geen licht.

    's Winters wordt het al vroeg donker.

  • noun · A2

    De toestand waarin er geen of bijna geen licht is.

    Ik kan niet goed lezen in het donker.

Appears in 1 scenario

Start speaking today

Free, no card needed. On the web or in the app.

Get the app