LexemicaDutch course

Dutch · word

hij

he

/ɦɛi̯/pronoun

Meanings

  • pronoun · A1

    Wordt gebruikt om te verwijzen naar een mannelijke persoon die het onderwerp van de zin is.

    Hij werkt elke dag op kantoor.

  • pronoun · A2

    Wordt gebruikt om te verwijzen naar een dier of een de-woord dat het onderwerp van de zin is.

    Waar is de bus? Hij komt er net aan.

Appears in 4 scenarios

Start speaking today

Free, no card needed. On the web or in the app.

Get the app