Dutch · word
praktijk
practice
/prɑkˈtɛik/noun
Meanings
- noun · A2
Het kantoor of de werkruimte van bijvoorbeeld een arts of tandarts.
De praktijk van onze huisarts is op woensdag gesloten.
- noun · B1
Het doen van iets in de werkelijkheid, tegenover theorie.
In theorie is het plan eenvoudig, maar in de praktijk is het lastig.
Appears in 1 scenario
From the same conversation
Start speaking today
Free, no card needed. On the web or in the app.
