Dutch · word
supermarkt
supermarket
/ˈsypərˌmɑrkt/noun
Meanings
- noun · A1
Een grote winkel waar je eten, drinken en spullen voor in huis koopt.
Ik doe elke zaterdag boodschappen in de supermarkt.
Appears in 1 scenario
From the same conversation
Start speaking today
Free, no card needed. On the web or in the app.
