Dutch · word
vrijdag
Friday
/ˈvrɛi̯.dɑx/noun
Meanings
- noun · A1
De dag van de week tussen donderdag en zaterdag.
Vrijdag is mijn favoriete dag van de week.
- adverb · A1
Op de dag tussen donderdag en zaterdag.
Kom je vrijdag ook naar het feest?
Appears in 2 scenarios
From the same conversation
Start speaking today
Free, no card needed. On the web or in the app.

