LexemicaDutch course

Dutch · word

Afgesproken

Deal

/ˈɑf.xəˌsproː.kə(n)/interjection

Meanings

  • interjection · A1

    Gebruikt om te zeggen dat je het eens bent met een voorstel of plan.

    Zullen we morgen om acht uur gaan? – Afgesproken!

  • verb · A2

    Een tijd, plaats of plan met iemand geregeld hebben.

    We hebben vanavond voor de bioscoop afgesproken.

  • adjective · B1

    Van tevoren samen besloten of vastgesteld.

    We ontmoetten elkaar op de afgesproken tijd.

Appears in 1 scenario

Start speaking today

Free, no card needed. On the web or in the app.

Get the app