LexemicaDutch course

Dutch · word

lopen

walk

/ˈloː.pə(n)/verb

Meanings

  • verb · A1

    Zich te voet vooruit bewegen door stappen te zetten.

    Wij lopen elke ochtend samen naar school.

  • verb · A2

    Op een bepaalde manier verlopen, functioneren of doorgaan.

    Alles loopt vandaag helemaal volgens plan.

  • noun · B1

    De handeling of bezigheid van het stappen.

    Na de blessure ging het lopen alweer veel beter.

Appears in 1 scenario

Start speaking today

Free, no card needed. On the web or in the app.

Get the app