LexemicaDutch course

Dutch · word

open

open

/ˈoː.pə(n)/adjective

Meanings

  • adjective · A1

    Niet dicht of gesloten, of toegankelijk voor bezoekers en klanten.

    De supermarkt is vandaag tot acht uur open.

  • verb · A2

    Iets wat dicht is, zoals een deur of raam, niet meer gesloten laten zijn.

    Ik open het raam als het binnen te warm wordt.

  • adjective · B1

    Eerlijk en bereid om makkelijk gedachten en gevoelens te delen.

    Zij is altijd heel open over haar leven.

Appears in 1 scenario

Start speaking today

Free, no card needed. On the web or in the app.

Get the app